woensdag 9 september 2009

Balans.

Een beetje balans. Moeilijk te vinden in een stad vol hectiek, herrie en andere onregelmatigheden. Na een aardige trainingsessie na het eten liep ik, voor ik het wist, de Lidl in en kwam naar niet alleen naar buiten met de geplande zak appels in mijn tas, maar ook nog eens een flink en lekker stuk Duitse chocola. Laten we daar alsjeblieft geen gewoonte van maken, maar het was heerlijk. Soms verlang je naar een beloning. Niet alleen voor het sporten, want dan kan ik net zo goed thuisblijven, maar voor het netjes afhandelen van mijn zaakjes in Aldershot. Vandaag heb ik, met behulp van het uitzendbureau, te kennen gegeven dat ik, vlak voor het einde van de zes weken, mijn notice in wil leveren. Mijn Duitse manager vond het jammer, maar begreep mijn beslissing die ik met name heb toegelicht met de frustratie die de godganze dag telefoneren met zich meebrengt. Zelfs mijn trainer-Belg, bot als hij soms kan zijn, was heel positief, en moedigde me aan werk te vinden waar ik iets meer lol aan kan beleven.

Eenmaal in de trein, voelde ik me dus danig in balans. Het uitzendbureau belde me dat ik na volgende week de bonus op mijn rekening gestort krijg. Dat houdt me nog wel even in leven zou ik denken. Als ik de balans er tenminste een beetje inhoud en mijn hele bankrekenaing niet plunder voor onnodige pub- en LIDL-uitgaven tenminste. Maar goed, nu heb ik ook nog een aantal dagen te gaan. Vervelend genoeg wil het uitzendbureau dat ik de vrije dagen van mijn reisje Nederland en algemene Britse vrije dag bank holiday inhaal, dus ben ik volgende week ook nog drie dagen bezig in Aldershot: dinsdag, woensdag en donderdag. Ik doe mijn uiterste best zo gebalanceerd mogelijk te blijven, en alle frustratie dusdanig uit te bannen, dat ik deze laatste vijf dagen een stuk gemakkelijker doorkom dan de afgelopen vijf weken.

Maandag heb ik gelukkig vrij weten te vragen, aangezien de mensen van Coca Cola me toch wel heel graag wilde spreken over de baan als vertaler, en de interviewtijd speciaal voor mij van donderdag naar maandag hebben verplaatst. Ik weet overigens niet of dat betekent dat ik de enige kandidaat bent. Het enige wat ik kan doen is me alvast mentaal voor te bereiden: knalrode outfit een beetje TE? Al cola-light-drinkend (waar is die gespierde loodgieter?!) en prodent-gilmlachend binnenlopen? Of, ja, gewoon mezelf, in sjieke rok met blouse. Balans moet er blijven, toch?

maandag 7 september 2009

Het hoogstens vermoeiende bestaan van een baantjesjager in de Engelse hoofdstad.

Terwijl ik me door de laatste week Aldershot worstel, en ik eigenlijk wel zin heb in een weekje of twee vrij, ben ik ergens nogal bang dat die fortnight omslaat in de door velen gevreesde langdurige werkeloosheid. Aangezien ik geen zin heb me te voegen bij de reeds omvangrijke groep jobless youngsters, getroffen door de crisis, heb ik me nogmaals in een banenjacht gestort. Die crisis noemen ze hier overigens the (credit) crunch, wat vele restaurants en eetcafés ertoe aangezet heeft een credit crunch lunch op het menu te gooien. Ik hoef dus in elk geval geen honger te lijden. Toch gaat het ook hier weer wat beter met de economie. Er worden weer huizen gekocht - net een heel verhaal te horen gekregen van een erg charmante fitnessleraar, die uit de fitness en in property business wilde stappen - en er hangen weer vacatures in de winkelramen. Toch neem ik liever geen risico en ben ik druk bezig een alternatief voor de lange dagelijkse treinreis naar Hampshire te regelen.

Een gemiddelde dag in het leven van een drukke werkzoekende: drie telefoongesprekken met recruitment agents, een introductiegesprek bij eenzelfde persoon na het werk (die me vertelde dat ik, in plaats van - Victorian what? - beter een vertaalmaster had kunnen doen, net zoals zij. Dank je de koekoek mevrouw Tortellini, mijn Engels is nog altijd tachtig keer beter dan het uwe.) en de mededeling dat Coca Cola (Mijn god, ik zie vader's levensloop nu al voor me: van SP-rood naar Coca-rood) mijn CV geweldig vond graag op gesprek wil uitnodigen voor een (tijdelijke) baan als vertaler. Maar dan wel donderdag. En, oja, de baan is in Uxbridge, helemaal aan het einde van de Piccadilly-lijn, dus weer meer dan een uur reizen heen en weer. Hmm. Ik zie meer in het andere telefoongesprek van vandaag, waarin een bureau gespecialiseerd in bibliotheekbanen mijn CV wilde sturen voor een trainingspositie bij de bibliotheek van het Ministerie van Financiën. Ze willen dat je er 11 maanden werkt en dan een Master bibliotheekkunde gaat doen. Klinkt heel gaaf, maar er zullen wel veel meer crunchers zijn die zichzelf hiervoor in de aanbieding gaan gooien. We gaan het zien.

Wie weet zijn desperate measures toch hoognodig. Deze week stond een jonge afgestudeerde en werkeloze student een uurlang op 'the plinth' (de enige sokkel op Trafalgar Square zonder standbeeld, die als een soort media-kunst-project een maand lang gevuld wordt met mensen en gekken die zich een uurlang mogen uitleven hoe ze maar willen - en dat alles gefilmd door tv-station SKY) te zwaaien met een enorme CV. Hij hield er een baan als verkoper bij een groot Londens bedrijf aan over. Ik weet het niet. Het moet mij toch lukken om aan het werk te raken (en blijven) zonder behulp van dergelijke wanhopige acties. Als ik me maar blijf openstellen voor alles wat op mijn pad komt, moet er toch wel ietst geschikts langskomen. Al moet ik zelf credit crunch lunches serveren, ergens in deze grote stad is er toch wel werk voor mij?

zondag 6 september 2009

In de traditie van Radio Oranje..

Vandaag wilde ik eens schrijven over mijn twee kakelverse passies: fitness en BBC radio 4. Beide zijn extreem behulpzaam bij een goede nachtrust. Over de eerste valt niet veel te zeggen, behalve dat ik me weer met veel enthousiasme in de oude vertrouwde oefeningsroutine heb gestort. Ik eet. Ik fiets naar Balham. Ik sport. Ik drink heerlijke gratis koffie met een gratis krantje in de kantine van het ommeunig hippe sportcomplex. Ik kom thuis, en val in slaap met een heerlijk half uurtje comedy of actualiteit op de radio. Nu is de vraag, is dit wel een acceptabele levensstijl voor een 23-jarige in één van de grootste en meest bruisende steden van Europa?

Praatradio is dus mijn nieuwe ding. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar worden er in Nederland überhaubt nog hoorspelen gemaakt? In Engeland is het in ieder geval nog altijd big business. Radio-soap The Archers, zo oud als het fenomeen radio zelf, wordt nog elke dag door een groot aantal Britten beluisterd. Verder is elke zichzelf respecterende cabaretier en acteur met enige regelmaat te horen op de radio. Zo zijn er absurde comedy sketch-shows, opvoeringen van literaire klassiekers, en idioot simpele maar hilarische woord- en praatspelletjes te horen op mijn nieuwe favoriete radiostation. Sinds Nicola en ik in begin juli een opname hebben bijgewoont van een dergelijk radio 4-juweeltje (een ridiculeuze sitcom over een luchtvaartmaatschappij met maar 4 personeelsleden), heb ik een verregaand enthousiasme ontwikkeld voor dit door velen gezien als 'achterhaalde' medium. In deze hoedanigheid is radio een ontzettend effectief forum voor talentvolle mensen om te laten horen wat ze kunnen, in plaats van hun potentieel in een half uurtje op de vrijdagavond op BBC1 te proppen.

Maar goed, nu ik met enige regelmaat, uitgeput en wel, al luisterend naar de praatradio in slaap val, kopje thee op het nachtkastje, voel ik me steeds meer een oude vrouw met onvoldoende energie. Hoewel ik de breinaalden heb klaarliggen voor een nieuw project zodra de herfstkou de kop opsteekt in Londen, vraag ik me af of het gepensioneerde plaatje dan niet net iets te compleet wordt. Hier kan gelukkig zeer binnenkort verandering in komen. Na deze week ben ik namelijk eindelijk verlost van een slordige 4 uur die ik elke dag van deur tot deur nodig heb om me van Gilbey Road in Tooting naar Victora House in Aldershot en terug te slepen. Wellicht ben ik dan in staat mijn avondlijke routine iets aan te passen. Actiefilm en Gin & Tonic, anyone?

donderdag 3 september 2009

Holland's Glorie in Aldershot

Ik ben de afgelopen dagen druk aan het lezen geweest in "Going Dutch" van Lisa Jardine, ofwel How England plundered Holland's Glory. Een hoogstens interessant werk over Anglo-Nederlandse betrekkingen voor en na de Glorious Revolutie (lees: Verovering van Engeland door de Nederlanden) van 1688, doet dit boek me nogal aan het denken zetten over mijn relatie met wat zo onder hand mijn tweede vaderland is geworden. Al lezende over de "schaamteloos anglofiele" Constantijn Huygens, raak ik al maar meer gefrustreerd aan het feit dat, op het moment, de toegang tot de Engelse samenleving mij in feite ontzegd wordt. De ganze dag ben ik gedwongen naar de andere kant van de Noordzee te bellen, spreek ik Nederlands, denk ik Nederlands, waan ik me in Nederland. Als ik aan het einde van een lange, lange dag de grote straat van Aldershot betreed richting station, verbaas ik me dan ook telkens weer over de rasbritse chavs en Queen Victoria pub die het straatbeeld overtuigend bepalen.

Er is gelukkig een enkel voordeel te bedenken dat vortkomt uit mijn doordeweekse Hollandse ballingschap: de fascinerende kleine cultuurschokjes blijven, net als het enthousiasme wat elk bezoek aan het centrum van Londen nog steeds met zich meebrengt. Maar ja, ik ben nou eenmaal verhuisd om het leven als Londenaar mee te maken, en niet als pseudo-Nederlander op het Zuid-Engelse platteland. Enkel twee weken Going Dutch te gaan nog gelukkig, en met een aantal dingen in de planning zie ik mijn anglofiele toekomst rooskleurig tegemoet. Tijd om Engeland's glory te plunderen, dacht ik zo.

Observatie van de dag:

Londenaren zijn een stuk praktischer dan de gemiddelde Noord-Engelsman. Wordt het koud, dan gaan de jassen aan, bij mannen en vrouwen. Bovendien gaat de pubdeur dicht. Zomer in Londen, fijn dat ik het meegemaakt heb, maar volgens mij is deze metropolis op zijn best in de winterse kou.

dinsdag 1 september 2009

Fit.

Op vele vlakken is de Britse hoofdstad een assortiment van tegenstellingen. Een fietstochtje door een aantal zuid-Londense buurten levert al gauw een mengelmoes op van poepsjieke wijken met indrukwekkende negentiende-eeuwse voordeuren en straatarme volkswijken, die elkaar soms per straat afwisselen. De bewoners van sommige wijken zijn echter uitzondelijk eenzijdig. De eerdergenoemde Camden indie kids zijn hiervan een stuitend voorbeeld, maar ook ten zuiden van de rivier - nu moet ik wel even uitleggen dat de Theems de stad ruw in tweeën deelt: het noorden ontkent dat het zuiden erbij hoort en het zuiden haalt unaniem zijn schouders op - hebben wij zo onze uniforme wijken.

Dan heb ik het specifiek over Wimbledon, velen bekend dankzij de The All England Lawn Tennis and Croquet Club en een zeker tennistoernooi dat zij elke zomer organiseren. Hier waren ik en Nicola overigens een dagje bij, waardoor onze kennismaking met Wimbledon town een ultieme ervaring bleek van zon, gras, tennis en strawberries and cream. Twee maanden later kijkt de wereld echter al lang niet meer naar deze zuid-Londense suburb, en juist nu bevind ik me elke dag in het Wilbledonse. Elke ochtend en middag, op weg naar werk en huis, verbaas ik me weer over de jonge, strakke en sportieve Wimblelonians, enigszins te verklaren door het hoge gehalte sportscholen en fietsers, nee, wielrenners, op de heuvelachtige weg richting Wimbledon Rail Station. Nicola vertelde me dat wonen en met name sporten in Wimbledon erom bekend staat ontzettend prijzig en prestigieus te zijn. En al dat voor een jaarlijks toernooitje tennissen!

Maar goed, ik voelde me in elk geval geroepen om de handen ook maar eens uit de mouwen te steken en dus heb ik me gisteren aangemeld bij de Fitness First, waar ik morgen mijn eerste sessie mee ga maken. Niet in strak en sportief Wimbledon, maar in het minstens even sjieke Balham. Genoeg jonge en slanke mensen om me aan te spiegelen, maar omringd door buurten met chippies en curry houses, en volkse pubs rijk aan beer bellies. Het is immers niet het glimmend mooie Londen dat me boeit, maar het schizofrene. En een pint erbij, zonder schuldgevoel.

maandag 31 augustus 2009

Standplaats Londen, eerste roep.

Na welna drie maanden in de metropool werd de roep om Nederlandstalige schrijfsels alsmaar luider en mijn drang naar het schrijven van Hollandse vertellingen steeds forser. Waar ik tot nu toe menig anecdote en observatie, half verdraaid en half vergeten, over de Noordzee heb kunnen transporteren via telefoon of skype, heb ik nu besloten ze zo spoedig mogelijk aan het electronische papier toe te vertrouwen.

Zelfs na mijn derde jaar Verenigd Koninkrijk blijft de observatie van Britten tot mijn meest geliefde tijdsverdrijven behoren. Waren het eerst de hoogstinteressante Scousers en Mancs, nu is de tijd dus gekomen mijn blik te richten op het brede palet der culturen dat in Londen te vinden is: van Cockney tot Toff, tourist tot immigrant, rauwe voetbalhooligan tot skinny jeaned Camden indie boy.

Voor nu resten dan nog even de kale feiten van mijn leven in the capital. Hoewel ik koortig op zoek ben naar interessanter, uitdagender of zelfs minder ver werk, vul ik nu nog mijn dagen in een kantoor in een stadje ter zuiden van Londen, Aldershot, waar ik de godganse dag Nederlandse bedrijven lastig mag vallen met vervelende vragen. Dit betekent een dagelijkse treinreis van zo'n 50 minuten (en een busreis van 20) heen en datzelfde terug, en een flink gemis wat betreft mijn plan om in dit jaar in de Engelse hoofdstad door te brengen.

Mijn woonomstandigheden zijn gelukkig wat idealer. Na een lange week flat-jagen vonden we - ik en mijn huisgenootje Nicola - ons zuid-Londense pebble dash paleisje in Tooting. Lage gemeentebelasting, een veilige eerste verdieping, de korte afstand naar bus en metro, de teerbeminde Primark om de hoek, de enorme grootte van ons flatje en een prachtige badkomer wogen zeker op tegen de vrij lange metroreis naar het centrum. Een half uurtje in de tube, en je bent in central London. Best te doen.

Vroeg op, vroeg bed, dus tabee. Nu maar kijken of ik jullie met enige frequentie kan blijven lastigvallen met deze schrijfels. Liefs uit Londen!