Coca cola wil me. Jawel. De frisdrankgigant heeft me in zijn kapitalistische klauwen. Nog drie dagen, en dan is het van Hampshire naar Noord-West Londen, van telefoneren naar vertalen, van proactive marketing naar always coca colaaa. Heerlijk. Nog steeds vroeg op en nog steeds vijf dagen in de week negen tot vijf, maar niet meer bellen, en eindelijk iets leuks en uitdagends op het program! Als het goed is ben ik gegarandeerd in dienst tot kerst (minstens). Mijn gedachten dwalen naar de alom bekende kerstreclame en hoe veelbelovend de (voor Engelsen zo belangrijke) office christmas party wel niet zal zijn. Ik ben blij.
Al zwervend door Oxford Street, op zoek naar een gepaste beloning, kwam ik langs muziekgigant HMV, die massaal het uitbrengen van het nieuwe album van mijn oude liefde muse adverteerde. Mijn gedachten gingen terug naar een vluchtig bezoek aan Londen in 2003 (tijdens Marieke's verblijf in Nottingham), wanneer ik hoopvol op zoek ging naar alles muzigs wat ik maar kon vinden: van tijdschrift tot poster, plaat tot opnaaibadge. Hoewel mijn liefde van vroeger inmiddels goed en wel is uitgedoofd, en ik de verkoopdatum van hun komende stadiumtour zonder aarzelen voorbij heb laten komen, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om hun nieuwe, zesde album niet aan mijn oude collectie toe te voegen.
The Resistance dus. Heerlijk bombastisch, heerlijk muse. Morgen lekker mee in de trein op weg naar de drie-na-laatste dag Aldershot, samen met de geweldige debuutroman van Stephen Fry uit 1991 die ik op het moment aan het verslinden ben. Nu al zin in die 1,5 uur richting Uxbridge vanaf vrijdag: met een beetje verzet uit muzikale hoek zijn ook de morele bezwaren tegen het werken voor een soft drink gigant al snel peanuts.
maandag 14 september 2009
zondag 13 september 2009
De flâneur.
Dickens stond er bekend om. Al wandelend in Londen observeerde hij dames en heren, hoeren en schoffies, en tekende deze op in zijn fameuze sketches. Dit deed hij het liefst tijdens de nachtelijke uren, wanneer de metropolitan onderwereld gedeeltelijk uit de schaduw stapte en het sfeervolle licht van Victoriaanse straatlantaarns betrad. De Dickens-deskundige aan de Universiteit van Manchester, Professor Jeremy Tambling, verbond de schrijver's fascinatie met wandelen en observeren met het Franse begrip de flâneur. Sinds ik mij nu dagelijks bevind in de stad die ooit dagelijks blootgesteld was aan de observaties van Dickens en vele van zijn door mij bewonderde tijdgenoten, heb ook ik getracht het 'flaneren' in de praktijk te brengen - overigens met deze passieve Franse en dus niet in de actieve Nederlanse betekenis (dat laatste in het Engels: 'to parade'). Helaas word ik enigszins geremd wat betreft het nachtelijke element van deze techniek, aangezien de Londense schaduwen en donkere steegjes - ondanks de aanwezigheid van vele, vele CCTV-cameras - nog altijd vele gruwelen lijken te herbergen.
Mij bewust van de grenzen aan het grenzeloos zwerven en kijken, flaneerde ik dit weekend door een aantal Londense wijken. Na een mislukte poging mij uit te geven voor flâneur in de zuid-Londense IKEA op vrijdagavond - als enkel het aanbod van een Full English in het Zweedse restaurant je het gevoel doet geven dat je je überhaubt in het Engelse bevindt, valt er, met de uitzondering van een enkele hysterische Britse kleuter, weinig te observeren op cultureel-nationaal vlak. Lang leve de globalisering! - bevond ik me op zaterdag respectievelijk in Steatham (zuid), Angel, Holloway en Camden (noord).
Zoals ik al eerder heb genoemd, is de north-south divide in de hoofdstad al bijna even significant als in Engeland zelf. Liever gezegd, de noord-zuid-oost-west verdeling, want elk van de vier, hoewel onderverdeeld in op zichzelf karakterestieke onderdelen, ademt zijn unieke eigen sfeer. Van oost heb ik nog te weinig gezien om echt een oordeel te kunnen vellen (denk Jack the Ripper, multi-culti markt met gestolen fietsen op Brick Lane, een mix van jonge hipheid en oude armoede, maar ik ga nog op onderzoek uit, dus pin me er niet op vast), maar west wordt duidelijk overheerst door statige witte en rode Victoriaanse gebouwen, sjieke parken, ambassades, hotels en restaurants. Noord heeft eenzelfde sjiekheid, maar is, net als zuid, moeilijker te definiëren en chaotischer onderverdeeld. Angel is sjiek, Holloway (denk Arsenal) shabby. Camden is het best te typeren als het Amsterdamse Waterlooplein, maar dan uitgestrekt over een hele wijk, met een overdaad aan hippe tieners en twenty-somethings, en tal van pubs en bars waar de geur van muffe oude rockers toch net iets te veel overheerst. Toch kan ik er ook nog steeds van genieten, en is het ook de plek om zomaar bekende bands te zien spelen in piepkleine zaaltjes, of veelbelovend talent te ontdekken tijdens één van de vele open mike nights. Bovendien is het 'mensen kijken' hoogstens interessant.
Zeer geschikt (en veilig) terrein voor de flâneur dus, vooral op zaterdagavond. In tegenstelling tot vele andere Britse uitgaansgebieden zijn de straten niet tot de nok toe gevuld met schaarsgeklede vrouwelijk schoon en vomerende jonge mannen. Integendeel, de meeste jongelui zijn veel te trendy om dronken te zijn. Er wordt geflaneerd, maar dan in de Nederlandse zin van het woord: de flâneur kijkt, de Camdenaar flaneert. Na een aantal pubs en muziekgelegenheden ingetuurd te hebben en de nachtelijke gang van noord-londense modebewustelingen met plezier gade geslagen te hebben, vluchtte ik daarom enigszins vermoeid de locale bioscoop in, waar ik de verfilming van Wilde's The Picture of Dorian Gray bekeek. Zelden heb ik zo genoten van een visueel rijkelijke interpretatie van negentiende-eeuws Londen. Wat ontzettend heerlijk dat ik dagelijks mag flaneren in deze stad, waar velen dit voor mij deden. Dit inspireert tot lezen, denken, schrijven, en natuurlijk tot grofweg genieten. Wat geeft het dat de straatkinderen van toen nu in een uniform van strakke broek, dikke bril en wollen vest gekleed gaan? Die taxi is gewoon een koets voor mij, en, nog te vroeg voor de nacht-(omni)bus, begaf ik me weer richting het zuiden. Met de metro ja, want daar flaneerden de Victorianen ook al.
Mij bewust van de grenzen aan het grenzeloos zwerven en kijken, flaneerde ik dit weekend door een aantal Londense wijken. Na een mislukte poging mij uit te geven voor flâneur in de zuid-Londense IKEA op vrijdagavond - als enkel het aanbod van een Full English in het Zweedse restaurant je het gevoel doet geven dat je je überhaubt in het Engelse bevindt, valt er, met de uitzondering van een enkele hysterische Britse kleuter, weinig te observeren op cultureel-nationaal vlak. Lang leve de globalisering! - bevond ik me op zaterdag respectievelijk in Steatham (zuid), Angel, Holloway en Camden (noord).
Zoals ik al eerder heb genoemd, is de north-south divide in de hoofdstad al bijna even significant als in Engeland zelf. Liever gezegd, de noord-zuid-oost-west verdeling, want elk van de vier, hoewel onderverdeeld in op zichzelf karakterestieke onderdelen, ademt zijn unieke eigen sfeer. Van oost heb ik nog te weinig gezien om echt een oordeel te kunnen vellen (denk Jack the Ripper, multi-culti markt met gestolen fietsen op Brick Lane, een mix van jonge hipheid en oude armoede, maar ik ga nog op onderzoek uit, dus pin me er niet op vast), maar west wordt duidelijk overheerst door statige witte en rode Victoriaanse gebouwen, sjieke parken, ambassades, hotels en restaurants. Noord heeft eenzelfde sjiekheid, maar is, net als zuid, moeilijker te definiëren en chaotischer onderverdeeld. Angel is sjiek, Holloway (denk Arsenal) shabby. Camden is het best te typeren als het Amsterdamse Waterlooplein, maar dan uitgestrekt over een hele wijk, met een overdaad aan hippe tieners en twenty-somethings, en tal van pubs en bars waar de geur van muffe oude rockers toch net iets te veel overheerst. Toch kan ik er ook nog steeds van genieten, en is het ook de plek om zomaar bekende bands te zien spelen in piepkleine zaaltjes, of veelbelovend talent te ontdekken tijdens één van de vele open mike nights. Bovendien is het 'mensen kijken' hoogstens interessant.
Zeer geschikt (en veilig) terrein voor de flâneur dus, vooral op zaterdagavond. In tegenstelling tot vele andere Britse uitgaansgebieden zijn de straten niet tot de nok toe gevuld met schaarsgeklede vrouwelijk schoon en vomerende jonge mannen. Integendeel, de meeste jongelui zijn veel te trendy om dronken te zijn. Er wordt geflaneerd, maar dan in de Nederlandse zin van het woord: de flâneur kijkt, de Camdenaar flaneert. Na een aantal pubs en muziekgelegenheden ingetuurd te hebben en de nachtelijke gang van noord-londense modebewustelingen met plezier gade geslagen te hebben, vluchtte ik daarom enigszins vermoeid de locale bioscoop in, waar ik de verfilming van Wilde's The Picture of Dorian Gray bekeek. Zelden heb ik zo genoten van een visueel rijkelijke interpretatie van negentiende-eeuws Londen. Wat ontzettend heerlijk dat ik dagelijks mag flaneren in deze stad, waar velen dit voor mij deden. Dit inspireert tot lezen, denken, schrijven, en natuurlijk tot grofweg genieten. Wat geeft het dat de straatkinderen van toen nu in een uniform van strakke broek, dikke bril en wollen vest gekleed gaan? Die taxi is gewoon een koets voor mij, en, nog te vroeg voor de nacht-(omni)bus, begaf ik me weer richting het zuiden. Met de metro ja, want daar flaneerden de Victorianen ook al.
woensdag 9 september 2009
Balans.
Een beetje balans. Moeilijk te vinden in een stad vol hectiek, herrie en andere onregelmatigheden. Na een aardige trainingsessie na het eten liep ik, voor ik het wist, de Lidl in en kwam naar niet alleen naar buiten met de geplande zak appels in mijn tas, maar ook nog eens een flink en lekker stuk Duitse chocola. Laten we daar alsjeblieft geen gewoonte van maken, maar het was heerlijk. Soms verlang je naar een beloning. Niet alleen voor het sporten, want dan kan ik net zo goed thuisblijven, maar voor het netjes afhandelen van mijn zaakjes in Aldershot. Vandaag heb ik, met behulp van het uitzendbureau, te kennen gegeven dat ik, vlak voor het einde van de zes weken, mijn notice in wil leveren. Mijn Duitse manager vond het jammer, maar begreep mijn beslissing die ik met name heb toegelicht met de frustratie die de godganze dag telefoneren met zich meebrengt. Zelfs mijn trainer-Belg, bot als hij soms kan zijn, was heel positief, en moedigde me aan werk te vinden waar ik iets meer lol aan kan beleven.
Eenmaal in de trein, voelde ik me dus danig in balans. Het uitzendbureau belde me dat ik na volgende week de bonus op mijn rekening gestort krijg. Dat houdt me nog wel even in leven zou ik denken. Als ik de balans er tenminste een beetje inhoud en mijn hele bankrekenaing niet plunder voor onnodige pub- en LIDL-uitgaven tenminste. Maar goed, nu heb ik ook nog een aantal dagen te gaan. Vervelend genoeg wil het uitzendbureau dat ik de vrije dagen van mijn reisje Nederland en algemene Britse vrije dag bank holiday inhaal, dus ben ik volgende week ook nog drie dagen bezig in Aldershot: dinsdag, woensdag en donderdag. Ik doe mijn uiterste best zo gebalanceerd mogelijk te blijven, en alle frustratie dusdanig uit te bannen, dat ik deze laatste vijf dagen een stuk gemakkelijker doorkom dan de afgelopen vijf weken.
Maandag heb ik gelukkig vrij weten te vragen, aangezien de mensen van Coca Cola me toch wel heel graag wilde spreken over de baan als vertaler, en de interviewtijd speciaal voor mij van donderdag naar maandag hebben verplaatst. Ik weet overigens niet of dat betekent dat ik de enige kandidaat bent. Het enige wat ik kan doen is me alvast mentaal voor te bereiden: knalrode outfit een beetje TE? Al cola-light-drinkend (waar is die gespierde loodgieter?!) en prodent-gilmlachend binnenlopen? Of, ja, gewoon mezelf, in sjieke rok met blouse. Balans moet er blijven, toch?
Eenmaal in de trein, voelde ik me dus danig in balans. Het uitzendbureau belde me dat ik na volgende week de bonus op mijn rekening gestort krijg. Dat houdt me nog wel even in leven zou ik denken. Als ik de balans er tenminste een beetje inhoud en mijn hele bankrekenaing niet plunder voor onnodige pub- en LIDL-uitgaven tenminste. Maar goed, nu heb ik ook nog een aantal dagen te gaan. Vervelend genoeg wil het uitzendbureau dat ik de vrije dagen van mijn reisje Nederland en algemene Britse vrije dag bank holiday inhaal, dus ben ik volgende week ook nog drie dagen bezig in Aldershot: dinsdag, woensdag en donderdag. Ik doe mijn uiterste best zo gebalanceerd mogelijk te blijven, en alle frustratie dusdanig uit te bannen, dat ik deze laatste vijf dagen een stuk gemakkelijker doorkom dan de afgelopen vijf weken.
Maandag heb ik gelukkig vrij weten te vragen, aangezien de mensen van Coca Cola me toch wel heel graag wilde spreken over de baan als vertaler, en de interviewtijd speciaal voor mij van donderdag naar maandag hebben verplaatst. Ik weet overigens niet of dat betekent dat ik de enige kandidaat bent. Het enige wat ik kan doen is me alvast mentaal voor te bereiden: knalrode outfit een beetje TE? Al cola-light-drinkend (waar is die gespierde loodgieter?!) en prodent-gilmlachend binnenlopen? Of, ja, gewoon mezelf, in sjieke rok met blouse. Balans moet er blijven, toch?
maandag 7 september 2009
Het hoogstens vermoeiende bestaan van een baantjesjager in de Engelse hoofdstad.
Terwijl ik me door de laatste week Aldershot worstel, en ik eigenlijk wel zin heb in een weekje of twee vrij, ben ik ergens nogal bang dat die fortnight omslaat in de door velen gevreesde langdurige werkeloosheid. Aangezien ik geen zin heb me te voegen bij de reeds omvangrijke groep jobless youngsters, getroffen door de crisis, heb ik me nogmaals in een banenjacht gestort. Die crisis noemen ze hier overigens the (credit) crunch, wat vele restaurants en eetcafés ertoe aangezet heeft een credit crunch lunch op het menu te gooien. Ik hoef dus in elk geval geen honger te lijden. Toch gaat het ook hier weer wat beter met de economie. Er worden weer huizen gekocht - net een heel verhaal te horen gekregen van een erg charmante fitnessleraar, die uit de fitness en in property business wilde stappen - en er hangen weer vacatures in de winkelramen. Toch neem ik liever geen risico en ben ik druk bezig een alternatief voor de lange dagelijkse treinreis naar Hampshire te regelen.
Een gemiddelde dag in het leven van een drukke werkzoekende: drie telefoongesprekken met recruitment agents, een introductiegesprek bij eenzelfde persoon na het werk (die me vertelde dat ik, in plaats van - Victorian what? - beter een vertaalmaster had kunnen doen, net zoals zij. Dank je de koekoek mevrouw Tortellini, mijn Engels is nog altijd tachtig keer beter dan het uwe.) en de mededeling dat Coca Cola (Mijn god, ik zie vader's levensloop nu al voor me: van SP-rood naar Coca-rood) mijn CV geweldig vond graag op gesprek wil uitnodigen voor een (tijdelijke) baan als vertaler. Maar dan wel donderdag. En, oja, de baan is in Uxbridge, helemaal aan het einde van de Piccadilly-lijn, dus weer meer dan een uur reizen heen en weer. Hmm. Ik zie meer in het andere telefoongesprek van vandaag, waarin een bureau gespecialiseerd in bibliotheekbanen mijn CV wilde sturen voor een trainingspositie bij de bibliotheek van het Ministerie van Financiën. Ze willen dat je er 11 maanden werkt en dan een Master bibliotheekkunde gaat doen. Klinkt heel gaaf, maar er zullen wel veel meer crunchers zijn die zichzelf hiervoor in de aanbieding gaan gooien. We gaan het zien.
Wie weet zijn desperate measures toch hoognodig. Deze week stond een jonge afgestudeerde en werkeloze student een uurlang op 'the plinth' (de enige sokkel op Trafalgar Square zonder standbeeld, die als een soort media-kunst-project een maand lang gevuld wordt met mensen en gekken die zich een uurlang mogen uitleven hoe ze maar willen - en dat alles gefilmd door tv-station SKY) te zwaaien met een enorme CV. Hij hield er een baan als verkoper bij een groot Londens bedrijf aan over. Ik weet het niet. Het moet mij toch lukken om aan het werk te raken (en blijven) zonder behulp van dergelijke wanhopige acties. Als ik me maar blijf openstellen voor alles wat op mijn pad komt, moet er toch wel ietst geschikts langskomen. Al moet ik zelf credit crunch lunches serveren, ergens in deze grote stad is er toch wel werk voor mij?
Een gemiddelde dag in het leven van een drukke werkzoekende: drie telefoongesprekken met recruitment agents, een introductiegesprek bij eenzelfde persoon na het werk (die me vertelde dat ik, in plaats van - Victorian what? - beter een vertaalmaster had kunnen doen, net zoals zij. Dank je de koekoek mevrouw Tortellini, mijn Engels is nog altijd tachtig keer beter dan het uwe.) en de mededeling dat Coca Cola (Mijn god, ik zie vader's levensloop nu al voor me: van SP-rood naar Coca-rood) mijn CV geweldig vond graag op gesprek wil uitnodigen voor een (tijdelijke) baan als vertaler. Maar dan wel donderdag. En, oja, de baan is in Uxbridge, helemaal aan het einde van de Piccadilly-lijn, dus weer meer dan een uur reizen heen en weer. Hmm. Ik zie meer in het andere telefoongesprek van vandaag, waarin een bureau gespecialiseerd in bibliotheekbanen mijn CV wilde sturen voor een trainingspositie bij de bibliotheek van het Ministerie van Financiën. Ze willen dat je er 11 maanden werkt en dan een Master bibliotheekkunde gaat doen. Klinkt heel gaaf, maar er zullen wel veel meer crunchers zijn die zichzelf hiervoor in de aanbieding gaan gooien. We gaan het zien.
Wie weet zijn desperate measures toch hoognodig. Deze week stond een jonge afgestudeerde en werkeloze student een uurlang op 'the plinth' (de enige sokkel op Trafalgar Square zonder standbeeld, die als een soort media-kunst-project een maand lang gevuld wordt met mensen en gekken die zich een uurlang mogen uitleven hoe ze maar willen - en dat alles gefilmd door tv-station SKY) te zwaaien met een enorme CV. Hij hield er een baan als verkoper bij een groot Londens bedrijf aan over. Ik weet het niet. Het moet mij toch lukken om aan het werk te raken (en blijven) zonder behulp van dergelijke wanhopige acties. Als ik me maar blijf openstellen voor alles wat op mijn pad komt, moet er toch wel ietst geschikts langskomen. Al moet ik zelf credit crunch lunches serveren, ergens in deze grote stad is er toch wel werk voor mij?
zondag 6 september 2009
In de traditie van Radio Oranje..
Vandaag wilde ik eens schrijven over mijn twee kakelverse passies: fitness en BBC radio 4. Beide zijn extreem behulpzaam bij een goede nachtrust. Over de eerste valt niet veel te zeggen, behalve dat ik me weer met veel enthousiasme in de oude vertrouwde oefeningsroutine heb gestort. Ik eet. Ik fiets naar Balham. Ik sport. Ik drink heerlijke gratis koffie met een gratis krantje in de kantine van het ommeunig hippe sportcomplex. Ik kom thuis, en val in slaap met een heerlijk half uurtje comedy of actualiteit op de radio. Nu is de vraag, is dit wel een acceptabele levensstijl voor een 23-jarige in één van de grootste en meest bruisende steden van Europa?
Praatradio is dus mijn nieuwe ding. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar worden er in Nederland überhaubt nog hoorspelen gemaakt? In Engeland is het in ieder geval nog altijd big business. Radio-soap The Archers, zo oud als het fenomeen radio zelf, wordt nog elke dag door een groot aantal Britten beluisterd. Verder is elke zichzelf respecterende cabaretier en acteur met enige regelmaat te horen op de radio. Zo zijn er absurde comedy sketch-shows, opvoeringen van literaire klassiekers, en idioot simpele maar hilarische woord- en praatspelletjes te horen op mijn nieuwe favoriete radiostation. Sinds Nicola en ik in begin juli een opname hebben bijgewoont van een dergelijk radio 4-juweeltje (een ridiculeuze sitcom over een luchtvaartmaatschappij met maar 4 personeelsleden), heb ik een verregaand enthousiasme ontwikkeld voor dit door velen gezien als 'achterhaalde' medium. In deze hoedanigheid is radio een ontzettend effectief forum voor talentvolle mensen om te laten horen wat ze kunnen, in plaats van hun potentieel in een half uurtje op de vrijdagavond op BBC1 te proppen.
Maar goed, nu ik met enige regelmaat, uitgeput en wel, al luisterend naar de praatradio in slaap val, kopje thee op het nachtkastje, voel ik me steeds meer een oude vrouw met onvoldoende energie. Hoewel ik de breinaalden heb klaarliggen voor een nieuw project zodra de herfstkou de kop opsteekt in Londen, vraag ik me af of het gepensioneerde plaatje dan niet net iets te compleet wordt. Hier kan gelukkig zeer binnenkort verandering in komen. Na deze week ben ik namelijk eindelijk verlost van een slordige 4 uur die ik elke dag van deur tot deur nodig heb om me van Gilbey Road in Tooting naar Victora House in Aldershot en terug te slepen. Wellicht ben ik dan in staat mijn avondlijke routine iets aan te passen. Actiefilm en Gin & Tonic, anyone?
Praatradio is dus mijn nieuwe ding. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar worden er in Nederland überhaubt nog hoorspelen gemaakt? In Engeland is het in ieder geval nog altijd big business. Radio-soap The Archers, zo oud als het fenomeen radio zelf, wordt nog elke dag door een groot aantal Britten beluisterd. Verder is elke zichzelf respecterende cabaretier en acteur met enige regelmaat te horen op de radio. Zo zijn er absurde comedy sketch-shows, opvoeringen van literaire klassiekers, en idioot simpele maar hilarische woord- en praatspelletjes te horen op mijn nieuwe favoriete radiostation. Sinds Nicola en ik in begin juli een opname hebben bijgewoont van een dergelijk radio 4-juweeltje (een ridiculeuze sitcom over een luchtvaartmaatschappij met maar 4 personeelsleden), heb ik een verregaand enthousiasme ontwikkeld voor dit door velen gezien als 'achterhaalde' medium. In deze hoedanigheid is radio een ontzettend effectief forum voor talentvolle mensen om te laten horen wat ze kunnen, in plaats van hun potentieel in een half uurtje op de vrijdagavond op BBC1 te proppen.
Maar goed, nu ik met enige regelmaat, uitgeput en wel, al luisterend naar de praatradio in slaap val, kopje thee op het nachtkastje, voel ik me steeds meer een oude vrouw met onvoldoende energie. Hoewel ik de breinaalden heb klaarliggen voor een nieuw project zodra de herfstkou de kop opsteekt in Londen, vraag ik me af of het gepensioneerde plaatje dan niet net iets te compleet wordt. Hier kan gelukkig zeer binnenkort verandering in komen. Na deze week ben ik namelijk eindelijk verlost van een slordige 4 uur die ik elke dag van deur tot deur nodig heb om me van Gilbey Road in Tooting naar Victora House in Aldershot en terug te slepen. Wellicht ben ik dan in staat mijn avondlijke routine iets aan te passen. Actiefilm en Gin & Tonic, anyone?
donderdag 3 september 2009
Holland's Glorie in Aldershot
Ik ben de afgelopen dagen druk aan het lezen geweest in "Going Dutch" van Lisa Jardine, ofwel How England plundered Holland's Glory. Een hoogstens interessant werk over Anglo-Nederlandse betrekkingen voor en na de Glorious Revolutie (lees: Verovering van Engeland door de Nederlanden) van 1688, doet dit boek me nogal aan het denken zetten over mijn relatie met wat zo onder hand mijn tweede vaderland is geworden. Al lezende over de "schaamteloos anglofiele" Constantijn Huygens, raak ik al maar meer gefrustreerd aan het feit dat, op het moment, de toegang tot de Engelse samenleving mij in feite ontzegd wordt. De ganze dag ben ik gedwongen naar de andere kant van de Noordzee te bellen, spreek ik Nederlands, denk ik Nederlands, waan ik me in Nederland. Als ik aan het einde van een lange, lange dag de grote straat van Aldershot betreed richting station, verbaas ik me dan ook telkens weer over de rasbritse chavs en Queen Victoria pub die het straatbeeld overtuigend bepalen.
Er is gelukkig een enkel voordeel te bedenken dat vortkomt uit mijn doordeweekse Hollandse ballingschap: de fascinerende kleine cultuurschokjes blijven, net als het enthousiasme wat elk bezoek aan het centrum van Londen nog steeds met zich meebrengt. Maar ja, ik ben nou eenmaal verhuisd om het leven als Londenaar mee te maken, en niet als pseudo-Nederlander op het Zuid-Engelse platteland. Enkel twee weken Going Dutch te gaan nog gelukkig, en met een aantal dingen in de planning zie ik mijn anglofiele toekomst rooskleurig tegemoet. Tijd om Engeland's glory te plunderen, dacht ik zo.
Observatie van de dag:
Londenaren zijn een stuk praktischer dan de gemiddelde Noord-Engelsman. Wordt het koud, dan gaan de jassen aan, bij mannen en vrouwen. Bovendien gaat de pubdeur dicht. Zomer in Londen, fijn dat ik het meegemaakt heb, maar volgens mij is deze metropolis op zijn best in de winterse kou.
Er is gelukkig een enkel voordeel te bedenken dat vortkomt uit mijn doordeweekse Hollandse ballingschap: de fascinerende kleine cultuurschokjes blijven, net als het enthousiasme wat elk bezoek aan het centrum van Londen nog steeds met zich meebrengt. Maar ja, ik ben nou eenmaal verhuisd om het leven als Londenaar mee te maken, en niet als pseudo-Nederlander op het Zuid-Engelse platteland. Enkel twee weken Going Dutch te gaan nog gelukkig, en met een aantal dingen in de planning zie ik mijn anglofiele toekomst rooskleurig tegemoet. Tijd om Engeland's glory te plunderen, dacht ik zo.
Observatie van de dag:
Londenaren zijn een stuk praktischer dan de gemiddelde Noord-Engelsman. Wordt het koud, dan gaan de jassen aan, bij mannen en vrouwen. Bovendien gaat de pubdeur dicht. Zomer in Londen, fijn dat ik het meegemaakt heb, maar volgens mij is deze metropolis op zijn best in de winterse kou.
dinsdag 1 september 2009
Fit.
Op vele vlakken is de Britse hoofdstad een assortiment van tegenstellingen. Een fietstochtje door een aantal zuid-Londense buurten levert al gauw een mengelmoes op van poepsjieke wijken met indrukwekkende negentiende-eeuwse voordeuren en straatarme volkswijken, die elkaar soms per straat afwisselen. De bewoners van sommige wijken zijn echter uitzondelijk eenzijdig. De eerdergenoemde Camden indie kids zijn hiervan een stuitend voorbeeld, maar ook ten zuiden van de rivier - nu moet ik wel even uitleggen dat de Theems de stad ruw in tweeën deelt: het noorden ontkent dat het zuiden erbij hoort en het zuiden haalt unaniem zijn schouders op - hebben wij zo onze uniforme wijken.
Dan heb ik het specifiek over Wimbledon, velen bekend dankzij de The All England Lawn Tennis and Croquet Club en een zeker tennistoernooi dat zij elke zomer organiseren. Hier waren ik en Nicola overigens een dagje bij, waardoor onze kennismaking met Wimbledon town een ultieme ervaring bleek van zon, gras, tennis en strawberries and cream. Twee maanden later kijkt de wereld echter al lang niet meer naar deze zuid-Londense suburb, en juist nu bevind ik me elke dag in het Wilbledonse. Elke ochtend en middag, op weg naar werk en huis, verbaas ik me weer over de jonge, strakke en sportieve Wimblelonians, enigszins te verklaren door het hoge gehalte sportscholen en fietsers, nee, wielrenners, op de heuvelachtige weg richting Wimbledon Rail Station. Nicola vertelde me dat wonen en met name sporten in Wimbledon erom bekend staat ontzettend prijzig en prestigieus te zijn. En al dat voor een jaarlijks toernooitje tennissen!
Maar goed, ik voelde me in elk geval geroepen om de handen ook maar eens uit de mouwen te steken en dus heb ik me gisteren aangemeld bij de Fitness First, waar ik morgen mijn eerste sessie mee ga maken. Niet in strak en sportief Wimbledon, maar in het minstens even sjieke Balham. Genoeg jonge en slanke mensen om me aan te spiegelen, maar omringd door buurten met chippies en curry houses, en volkse pubs rijk aan beer bellies. Het is immers niet het glimmend mooie Londen dat me boeit, maar het schizofrene. En een pint erbij, zonder schuldgevoel.
Dan heb ik het specifiek over Wimbledon, velen bekend dankzij de The All England Lawn Tennis and Croquet Club en een zeker tennistoernooi dat zij elke zomer organiseren. Hier waren ik en Nicola overigens een dagje bij, waardoor onze kennismaking met Wimbledon town een ultieme ervaring bleek van zon, gras, tennis en strawberries and cream. Twee maanden later kijkt de wereld echter al lang niet meer naar deze zuid-Londense suburb, en juist nu bevind ik me elke dag in het Wilbledonse. Elke ochtend en middag, op weg naar werk en huis, verbaas ik me weer over de jonge, strakke en sportieve Wimblelonians, enigszins te verklaren door het hoge gehalte sportscholen en fietsers, nee, wielrenners, op de heuvelachtige weg richting Wimbledon Rail Station. Nicola vertelde me dat wonen en met name sporten in Wimbledon erom bekend staat ontzettend prijzig en prestigieus te zijn. En al dat voor een jaarlijks toernooitje tennissen!
Maar goed, ik voelde me in elk geval geroepen om de handen ook maar eens uit de mouwen te steken en dus heb ik me gisteren aangemeld bij de Fitness First, waar ik morgen mijn eerste sessie mee ga maken. Niet in strak en sportief Wimbledon, maar in het minstens even sjieke Balham. Genoeg jonge en slanke mensen om me aan te spiegelen, maar omringd door buurten met chippies en curry houses, en volkse pubs rijk aan beer bellies. Het is immers niet het glimmend mooie Londen dat me boeit, maar het schizofrene. En een pint erbij, zonder schuldgevoel.
Abonneren op:
Posts (Atom)
